Alles over de nieren

Nierproblemen

Nieren zijn een belangrijk orgaan bij de afvoer van afvalstoffen die in het lichaam ontstaan. Zonder nieren is er geen leven mogelijk en met een verminderde nierfunctie wordt het leven heel slecht. Bij de kat komen relatief vaak nierproblemen voor. Enerzijds kan dat met de leeftijd van de kat te maken hebben, soms is er ook sprake van een infectieuze of erfelijke oorzaak. Dan kunnen de nierproblemen ook bij jonge katten optreden.

De symptomen zijn niet heel specifiek, maar wanneer ze samen optreden wordt een nierprobleem een stuk waarschijnlijker. Het begint vaak met wat meer drinken, dan wat minder eten, vermageren en braken. Soms kunnen we ook, door de buikwand heen, afwijkende nieren voelen. Deze kunnen dan te groot ( infectie) of te klein ( leeftijd) zijn. Zijn ze te groot, dan zijn ze ook vaak wat pijnlijk.

Ondanks het vele drinken is het toch mogelijk dat de kat wat uitgedroogd is. Dit wordt veroorzaakt door het feit dat het concentrerend vermogen van de nieren achteruit gaat wanneer er sprake is van een nierprobleem.

De diagnose wordt meestal gesteld middels een bloedonderzoek. We bepalen dan een drietal nierwaarden (creatinine, ureum en fosfor). Zijn deze nierwaarden te hoog, dan is er een nierprobleem. Echter de oorzaak is dan nog niet bekend. Verder lichamelijk onderzoek moet daarover uitsluitsel geven. Wanneer we de oorzaak weten, dan is er ook een gerichtere therapie mogelijk.

De therapie bestaat vooral uit een infuus en middelen om de doorbloeding van de nier te bevorderen ( bv Semintra). Hiermee proberen we het nierweefsel dat nog wel goed funtioneert optimaal in te zetten. Het infuus heeft twee voordelen, ten eerste zal de vochthuishouding in de kat verbeteren en ten tweede zal de opgehoopte hoeveelheid afvalstoffen beter en sneller afgevoerd worden. Verdere en gerichtere therapie zal ingezet worden wanneer we meer weten over de achterliggende oorzaak.

Het is belangrijk om een nierprobleem zo vroeg mogelijk op te sporen. Hoe eerder men een, dan nog eenvoudige, therapie inzet, hoe beter de prognose is op latere leeftijd. Het is dan ook zeker aan te raden jaarlijks een screenend bloedonderzoek te doen bij een kat vanaf 10 jaar.